Column

Tem de Criticus!

Schrijven is werken, keihard werken. Vooral in het begin, als je interne criticus bij iedere letter die je schrijft je de weg verspert. ‘Nee, niet goed genoeg!’, schreeuwt hij in je hoofd. ‘Ok,’ zucht je. Backspace … Je laat je natuurlijk niet zo snel uit het veld slaan en je begint opnieuw. Nu kom je tot een hele zin. Er gloort een klein sprankje hoop aan de horizon. Net als je vingers klaar liggen om verder te typen, dringt hij zich weer op. Ditmaal werpt hij een rookgordijn op met wolken van twijfel. Verbeten type je door, zo snel laat je je niet uit het veld slaan! Na een kwartiertje, waarin je de criticus stug blijft negeren, produceer je een hele alinea. Benieuwd stop je om je tekst terug te lezen. WHAH!! WAAR-DE-LOOS, galmt het in je hoofd. Teleurgesteld staar je naar buiten.

Veel schrijfliefhebbers haken op dit punt af. Plotseling hebben de planten water nodig, moet de hond naar buiten of wordt het hoog tijd voor een kop koffie bij de buurvrouw. Alles is beter dan nog langer gekweld te worden door dit vreselijke gevoel van falen.

Ook ik, terwijl ik al jaren schrijf, loop iedere keer weer tegen dit obstakel op. Alleen in creatieve buien, die zich helaas nooit op commando aandienen, gaat het schrijven vanzelf. Op alle andere momenten moet ik mijzelf met ‘Koenraads kleefpasta’ aan mijn stoel vastmaken om achter mijn bureau te blijven zitten.

Gelukkig beschik ik, als docent creatief schrijven, over gereedschap waarmee ik mijn interne criticus de mond kan snoeren. Met associatieoefeningen en freewriten masseer ik mijn hersenen los, maak ze ongrijpbaar voor de plaaggeest. Om vervolgens, met de mantra dat ik rotzooi mag schrijven, aan de slag te gaan. Wat het beste werkt voor mij is ouderwets te beginnen met pen en papier. Als ik constant door blijf schrijven, zonder te stoppen, door te halen en terug te lezen, lijkt het alsof mijn criticus de weg een beetje kwijt raakt. Na een minuut of tien ben ik echt bevrijd en gaan de sluizen naar mijn rechter hersenhelft open. In dit creatieve deel is geen ruimte voor deze saboteur. Hier stroomt het en is alles mogelijk.

Op de momenten dat ik mijzelf toesta de tijd te nemen om de interne criticus uit te schakelen, voelt schrijven voor mij als een opklaring na een stevige bui. Met ieder woord dat ik schrijf, breekt de zon verder door. En voor ik het weet heb ik iets gecreëerd waar ik, als ik het teruglees, mijzelf over verbaas. Stiekem glim ik dan van trots en maak een lange neus naar de mijn strenge ik. Tegelijkertijd besef ik me dat ik maar beter van deze euforie kan genieten. De volgende dag begint het steekspel opnieuw.

(c) Marjan Leunissen,  schreef ook een bijdrage voor de verhalenbundel ‘De handen van…’ met de titel ‘Tweehandig’. Op de website van Boekenwurm Suus is de volgende vijfsterren-recensie op haar bijdrage te lezen:

Hoewel ik in het begin niet goed begreep waar deze schrijfster heen wilde gaan, heeft ze echt een geweldig verhaal neergezet. Het heeft alle elementen die je wilt in een goed verhaal. Daarnaast vind ik dat deze schrijfster ook heel goed de opdracht heeft uitgevoerd. Boekenwurm Suus. 

Voor het bestellen van de verhalenbundel klik HIER

Eén reactie

  • Els Kessens

    Wat een lekker verhaal! Zo helder en optimistisch geschreven. Herkenbaar ook, dus ik doe er mijn voordeel mee, ook mijn interne criticus is te temmen weet ik nu.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.