Melkflessen

Zomaar een zonnige, warme dag. De natuur explodeert, zij is de winter ondertussen meer dan zat. Net als wij mensen, want wij exploderen mee. Terwijl de natuur zich tooit in een groene, frisse waas en de bloembollen welig tieren, hangen wij onze winterkleren aan de wilgen en hullen ons in lichte, luchtige kleding en zetten gauw een zonnebril op zodat de veelvuldig tevoorschijn komende melkflessen eigenlijk best wel meevallen.

De beheerder van de ijssalon wrijft zich vergenoegd in de handen; niet omdat hij de kassa hoort rinkelen maar omdat zijn winkel gevuld is met allemaal vrolijke mensen die zin hebben in de zomer én in zijn ijs.

De tuindeuren gaan weer open, want er ontstaat plotseling de behoefte om eens lekker in de tuin te wroeten en deze te vullen met kleurrijke plantjes. Tegen de avond gaat de fik erin, in de barbecue dan.

Straks komen er weer wat mindere dagen maar hé, deze hebben we alvast in de pocket!

Mmm, wat smaakt zo’n ijskoude slok prosecco toch lekker, eigenlijk nog lekkerder met deze tropische temperaturen.

Het leven is verrukkelijk!

 

© Monique van Marsbergen

Monique van Marsbergen is aspirant schrijfster en sinds kort lid van het Huizer Schrijversgilde. Zij tovert mooie, ontroerende en grappige stukjes tekst uit haar pen.

Ook Monique heeft een bijdrage geleverd voor de verhalenbundel ‘De handen van …’ waar andere leden van het Huizer Schrijversgilde eveneens een verhaal, gedicht of column voor hebben geschreven. Je kunt je vrijblijvend intekenen op lijst voor de verhalenbundel. Klik daarvoor HIER. Zodra de verhalenbundel uitkomt, ontvang je via de nieuwsbrief bestelinformatie.

BewarenBewaren

En wat dan nog?

Deze week struikelde mijn oog over de volgende zinnen in de krant:

Op zijn 83e runt Armani nog altijd zijn zakenimperium hij wil dit nog helemaal niet verruilen voor de vensterbank met geraniums.

en

Aznavour (93) geniet nog overduidelijk van wat hij leuk vindt om te doen.

Hier reageer ik dus allergisch op, lijfelijk zelfs. Als met rood gemarkeerd springt dat ‘nog’ uit die krantenartikelen. Hoezo nog?

Ik lees en hoor dit zo dat ik er innerlijke jeuk van krijg. Niet gezond hoor en daarom sus ik mezelf met de gedachte dat de schrijver/spreker wel onder de 40 zal zijn.

Niet alleen in schrijftaal maar ook wanneer ik iemand iets hoor zeggen in deze ‘nog-sfeer’ springt het als een rood woord naar mijn oren. Ik vraag dan met een ironische verbazing: ‘Hoezo zeg je eigenlijk ‘nog’?’

En daar is dan het moment dat ikzelf het nog-onderwerp ben. Twee weken geleden ben ik op een afscheidsreceptie van een oud-collega. Er zijn veel bekenden en een van hen komt naar me toe. Met oprechte belangstelling vraagt hij: ‘Werk jij eigenlijk nog?’
Hè? Hoor ik daar nog? Geïrriteerd maar wél met een geveinsde glimlach beantwoord ik de 40-jarige: ‘Ja, en jij?’
Hij is even van zijn à propos maar het kwartje valt: ‘Oeps, jeetje zeg. Nooit zo bij stilgestaan dat zo’n vraag een oordeel in zich heeft. Ik zal er voortaan beter op letten.’

Dat is prettig om te horen. Kennelijk geef ik op deze manier positief uiting aan mijn allergie. Ik besluit ter plekke dat ik mijn allergie voortaan vriendelijker ga verpakken. Dat is ook beter voor mijn hart- en uitslag.
En het is ook best een last om te scherp gericht te zijn op een klein bijwoordje. Er zijn immers meer betekenissen en nog kán zeer zeker ook relevant zijn.

Ik lees in het streekblaadje:

Hij is 93 en rijdt nog in zijn eigen auto zelfstandig naar zijn broer.

Na eerst een lichte irritatie constateer ik vervolgens dat ‘nog’ hier passend gebruikt wordt. De verbazing in dit nog is reëel bij iemand van boven de… ja, boven welke leeftijd eigenlijk? Aan een 20-jarige vraag je niet of ze nog fietst, aan een 60-jarige vraag je niet of hij nog autorijdt. Maar ben je de 90 gepasseerd, nou dan komen er echt steeds meer ‘noggen’!

We hebben wat met leeftijdsgrenzen. Dat we tegenwoordig langer jong zijn en pas bejaard boven de 80 hoeft niet een zuiverder gebruik van zinnen als: ‘Die kan of doet nog …,’ in de weg te staan. Het kan echt denigrerend overkomen.

En dan krijg ik van broer Ton, die weet heeft van mijn allergie, een knipseltje uit de NRC! Aha, er zijn meer mensen die het voelen en opmerken. Hier word ik blij van! Dank dus aan M. Schuurmans uit Velp voor deze openbare uiting van ongenoegen.

Erbij horen
In NRC zegt minister Hugo de Jonge van Volksgezondheid: “Ik wil wel onderstrepen: ouderen moeten weten dat ze erbij horen. Dat ze nog onderdeel uitmaken van de samenleving.” Dit is ongetwijfeld goed bedoeld, maar illustreert toch een denkfout. Het ‘nog’ had moeten worden weggelaten. Zij horen er gewoon bij.
M. Schuurmans

Een andere betekenis van nog is voelbaar in de zin: Ik kan het nog niet,’ in plaats van: ‘Ik kan dat niet’. Daarmee schijn je het brein positief te beïnvloeden in de richting van de mogelijkheden die nog voor je liggen. Mijn antwoord op de vraag: ‘Schrijf jij eigenlijk?’ is daarom: ‘Nog niet officieel, maar dat gaat beslist nog komen.’

Maar wanneer men mij, als ik boven de 85 ben de vraag stelt: ‘Woon je nog zelfstandig?’ dan is zeker weten mijn antwoord: ‘Ja, en wat dan nog!?’

© Els Kessens

Els Kessens volgt een schrijfcursus bij schrijfdocent Marjan Leunissen van Schrijfcreaties en heeft ook een bijdrage geleverd voor de verhalenbundel ‘De handen van …’ waar ook andere leden van het Huizer Schrijversgilde een verhaal, gedicht of column voor hebben geschreven. Je kunt je vrijblijvend intekenen op lijst voor de verhalenbundel. Klik daarvoor HIER. Zodra de verhalenbundel uitkomt, ontvang je via de nieuwsbrief bestelinformatie.

BewarenBewaren

Column: Rust

Dit stukje heb ik op zondag geschreven. Dat is niet toevallig, want voor mij is de zondag een rustdag. Het is de dag dat waarop ik stil word. Ik leef dan zo veel mogelijk ‘in mijn laagste versnelling’. Om ruimte te maken voor bezinning. En voor creativiteit, zoals schrijven.

Want als er één ding voorwaarde is om tot een geschreven stuk te komen dan is het rust.

Ik beleef het schrijfproces als een groeiproces, zoals bij een plant. Het begint met een zaadje dat in mij valt, een inval, een idee. Om een zaadje tot plant en vrucht te laten rijpen zijn enkele dingen nodig: vruchtbare grond, water, een juiste temperatuur en . . . rust, tijd, geduld.

Als ik met een idee rondloop en dan geen rust neem, maar me laat meeslepen door alles wat ik móet of door de vele prikkels om mij heen, dan blijft het idee het idee. Het groeit niet uit tot een verhaal. Dus moet ik om maar iets te noemen de televisie uit laten en gaan wandelen of mediteren. Zodat het in mij stil wordt. Zoals je het eerste kiemplantje dat zijn kopje boven de aarde uitsteekt met rust moet laten – niet aan trekken; dan maak je het dood! – zó laat ik mijn eerste invallen rustig rijpen. Tot een volgroeide vrucht, een column bij voorbeeld.

Maar er is méér nodig dan rust om tot productie te komen. Hoe geven wij schrijvers onze invallen voeding? Water? Warmte?

 

(c) Dick Schaap, auteur van de historische vissersroman Uitgetekend.

Te bestellen bij Bol.com

 

BewarenBewaren