Gedicht,  Kort verhaal,  Schrijfopdracht

Geen bijeenkomst wel een schrijfopdracht

Sinds bekend is dat bijeenkomsten vanwege het coronavirus niet toegestaan zijn, is ook het Huizer Schrijversgilde niet bijeengekomen. We hebben overwogen om digitaal bijeen te komen, maar het merendeel prefereerde liever te wachten totdat we weer fysiek bijeen konden komen. Wél hadden we bedacht om dan in ieder geval onze schrijfspieren te trainen door een schrijfopdracht rond te zenden die bedacht is door degene die anders op de bijeenkomstdag de bijeenkomst zou organiseren. Dit keer viel Cecile Koops de eer te beurt.

Cecile heeft een fijne vinger voor het schrijven van gedichten (ze won er onlangs zelfs een prijs mee) en wilde ons voor deze ene keer haar dichtgeheim verklappen. Dit resulteerde in de meest uiteenlopende, verrassende en zeer lezenswaardige gedichten. Bij een van de leden riep het zelfs de herinnering van een vakantie op en schreef hij daar een spannend waargebeurd verhaal over.

Met goedkeuring van de leden publiceer ik (Janine van der Hulst-Veerman) onze gedichten en het verhaal op deze website, zodat ook anderen ervan kunnen genieten en hopelijk even de coronaverwikkelingen vergeten.

Het dichtgeheim van Cecile is ook erg leuk om zelf te maken en het heeft (tenminste op mij) dezelfde ontspannende uitwerking als wanneer ik teken of schilder. Mocht je de opdracht maken, zouden wij, van het Huizer Schrijversgilde, het heel erg leuk vinden wanneer je deze in een reactie op dit bericht (helemaal onderaan deze pagina) met ons deelt.

  1. De eerste stap is om een van de onderstaande drie schilderijen van Edward Hopper te kiezen dat jou aanspreekt:
Nighthawks (Nachtbrakers) (c) Edward Hopper

 

Cape Cod Morning (c) Edward Hopper

Sunday (c) Edward Hopper

 

2. Schrijf op een papiertje steekwoorden en associaties die je hebt bij wat je ziet

3. Schrijf op wat je NIET ziet, wat je denkt dat er gebeurt, herinneringen, emoties, etc, alles in steekwoorden

4. Laat alles even bezinken en pak dan een nieuw papiertje:

  • Schrijf op regel 1: een overkoepelende zin voor je schilderij (titel van je gedicht)
  • Schrijf op regel 2: een zin met een kleur
  • Schrijf op regel 3: een zin met een geluid
  • Schrijf op regel 4: een zin met een beweging erin
  • Schrijf op regel 5: een zin met een vergelijking
  • Schrijf op regel 6: een zin met een lichaamsdeel
  • Schrijf op regel 7: een zin met een emotie
  • Schrijf op regel 8: een zin een interessant woord, geheimzinnige slotregel

5. Kijk of je uit je zinnen woorden kunt schrappen

  • Lidwoorden hoeven niet in een gedicht
  • Misschien wil je woordvolgorde omkeren
  • Kijk wat lekker (voor)leest
  • En maak je gedicht af.

Als je de smaak te pakken hebt mag je er gerust meer maken of je eigen plaatje kiezen waarbij je meer feeling hebt.

Dan volgen hier de resultaten van de leden van het Huizer Schrijversgilde. Je mag raden welk gedicht of verhaal bij welk schilderij hoort:

Ver van hier

Hangen lila wolken laag

Laat wind takken ruisen

Eenzaamheid in huizen

Herinneringen vaag

 

Dor geel stro ooit gras

Breekt onder elke stap

Verwoed gekap

Versnelde pas

 

Verlangend uit het raam

Steunend op de vensterbank

Eenzaamheid doorstaan

 

Schaduwen vergaan

Als wegstervende klank

Haar lief, van ver komt hij aan.

© Janine van der Hulst-Veerman

 

Langzaam trekt de zon

de lucht van blauw naar grijs

Vogels krijsen hun waarschuwing

Een vrouw als een prooi ruikende kat

De pijn van de herinnering

Bevrijding is nabij

© Saskia Aïcha Angenent

 

Wachten
Starend in groene verten
Fluisteren bomen zijn naam
Ze reikt naar voren
Als wuivend riet
Vangt zijn naam in haar hart
Verlangend naar zijn hand
breekt het kille glas.

© Sacha Voogd

 

In het bos wil ik zijn

Met jou. Het doet pijn

De verloren tijd

Het huis is aan kant

Het bed is opgemaakt

De was hangt aan de lijn

Maar jij komt pas tegen vieren.

In het bos

In het bos

In het bos

zijn wij wilde dieren.

© Andre Verkaik

 

Wanhopig en alleen

zijn winkel is leeg

Ook zijn vrouw ontviel hem

door de pandemie

 

Donker geen licht te zien

gesnik welt omhoog

tranen vloeien omlaag

als van glijdende watervallen

 

Met zijn handen nat

en ogen weer droog

verlangt hij ernaar

om er niet meer te zijn.

© AnnaThea Hesseling-Fine

 

Crisis

In verstilde straten fluit een vogel,

op de stoep zit bewegingloos een man.

‘t Gele huis vanmorgen dichtgetimmerd.

Niets dan schaduw in zijn etalage

Tijd glipt als een vloedgolf door zijn vingers

Over radeloosheid schijnt geen zonlicht

De klauw van wanhoop grijpt hem naar de keel

© Cecile Koops

 

Leegte

Hij ziet de zon niet meer

wind heeft zijn dromen meegenomen

stilte drukt als een

loden last op zijn schouders

 

hij is moegestreden

zijn handen als in gebed

roepen woordeloos om hulp

zijn keel is dichtgeknepen

 

er is niets meer

de rinkelende winkelbel

is verstomd

de zorgende handen

 

die hem koesterden

waar zijn ze heen?

alles is leeg

de winkel, de straat en zijn hart

© José Koopmanschap

 

Dubbelgangers

Mannen zijn hetzelfde, allemaal

Zij hebben het gemakkelijk

Voor één koffie willen ze alles van je

Zolang het vuurtje brandt, natuurlijk

Is dit leven nog wel leuk?

 

Die andere gast zou z’n broer kunnen zijn

Gleufhoed, jasje, dasje – alles eender

 

Johnny’s peuk – zit daar nog leven in?

Kom op, man, zeg eens wat!

 

‘Hé Boy? Ik heb een vraagje …’

“Meer suiker, mad’m?”

‘Oh nee, geen suiker – want stel je voor …!

Nee, iets anders: dat witte pakje staat je goed,

Maar, als jij zelf eens wil stappen,

Wat voor kleur zijn jouw jasje en jouw hoed?”

© Alexander Jansen

 

Deze tijd

Dit is een tijd van grote vragen

Wie ben je? Waar sta je?

Ben je er alleen voor jou en de jouwen

Of is je hart zo groot dat je ook van onbekenden kunt houden?

Dit is een tijd waarin alles duidelijk wordt.

Dat je beseft wie echt belangrijk voor je zijn

Dit is een tijd van emoties

Van een brok in je keel bij het beeldbellen met dierbaren

Dat je niet boos wordt

Op een vette restauranthouder die liever jouw ogen dicht ziet

Dan zijn restaurant

Of op een aandachtzoeker die liever een paar oude mensen dood wil laten gaan dan een recessie te doorstaan

Dat je beseft dat je al tijden in een anderhalvemetersamenleving leeft

Dit is een tijd waarin alles duidelijk wordt.

Dat je kunt genieten van de kleine dingen in en om je huis

Dat je de nabijheid waardeert zonder direct contact

Dat een concert vanuit meerdere huiskamers en balletvoorstellingen vanuit keukens

Ontroerend mooi kunnen zijn.

En nu? Blijf je op de bank hangen

Door RIVM-cijfers bevangen?

Of laat je de wereld van je horen?

Dit is een tijd waarin alles duidelijk wordt.

© Hans van den Brink

 

 

En het verhaal:

Vakantie 2000

Zondag 8 oktober gaan wij op pad, na een stop in Beaune, bereiken wij een dag later Figueres. Wij hebben hier 3 dagen gepland om alle bezienswaardigheden van Salvador Dali te bekijken. Wij bezoeken zijn museum hier, daarna zijn woonhuis in Port Iligat; een klein vissersdorp waar hij van drie huisjes iets bijzonders heeft gemaakt. Echt zeer bijzonder. Een zwembad op het dak voorzien van grote Michelin mannetjes en zijn atelier, waar zijn meesterwerken grotendeels zijn ontstaan. Daarna rijden wij door naar Pubol. Waar het ‘Castell Gala Dali’ zich bevindt; een kasteel, dat hij heeft gekocht voor zijn grote liefde Gala. Het kasteel is waarlijk goddelijk ingericht. Imponerend zijn de prachtige fresco’s en de wonderbaarlijke koninklijke zetel voor Gala. Ook de tuin is hier zeer de moeite waard met zijn markante beelden van dierenfiguren. We hebben voor elk bezoek een dag genomen. Dat was zeker de moeite waard.

Na een dag gaan we in zuidelijke richting. We gaan naar de plaats Cartagena, vandaar moeten wij naar Canteras. Daar ligt onze camping ‘El Portús. Canteras wordt echter niet aangegeven in Cartagena, maar als wij Cartagena in oostelijke richting uitrijden, wordt de camping wel aangegeven. Om 18.45 uur komen we aan. Het is een naturistencamping welke ligt aan een prachtige baai met een mooi zandstrand omgeven door uit zee omhoogstijgende rotsen. Het weer is wat somber. We vinden een geschikte plek. Wat opvalt, is, dat deze camping vol staat met overwinteraars uit het noorden. Tegen de berg op staan veel stacaravans, waar veel Nederlanders verblijven, die hier blijven overwinteren. Naast ons staat een echtpaar uit Apeldoorn en een ouder echtpaar uit Noorwegen, het klikt al snel tussen ons.

Het weer is nog niet alles, voortdurend regenachtig, dus de komende dagen brengen wij door met de omgeving te verkennen, waarbij wij een dag uittrekken voor een bezoek aan Granada. Wij willen per se de Alhambra een oude Moorse vesting bekijken. We kijken onze ogen uit, maar het kasteel zelf bleek voor ons een onneembare vesting, we konden daar pas om 20.00 uur terecht. Daar we ook nog twee uur nodig hadden om de klapkar weer te bereiken, hebben we dit helaas moeten laten lopen. Maar we hebben van wat er wel te zien was genoten. Op de terugweg hebben we nog een stop gemaakt bij een dorpje in de bergen van uitgehouwen woningen, holwoningen dus. Lekker koel daar binnen in de daar meestal heersende hoge temperaturen. Het bleken royale woningen, van binnen, voorzien van alle moderne noviteiten.

Maandag, 23 oktober

‘s Morgens om 8 uur worden wij wakker van het onweer, de regen klettert op de tent, die regelmatig verlicht wordt door bliksemschichten. Wij openen de tent en genieten van de bliksem in die bijna zwarte hemel. Wij kleden ons aan. Ik wil naar het toilet circa 100 meter verderop, maar zo ver kom ik echter niet. Voor de tent staat een paar centimeter water, op het pad gekomen wordt dat al gauw veel erger plus de enorme slagregens daarbij, doen mij snel terugkeren, daarbij zie ik een lege opblaasboot op het pad mij snel passeren. We gaan dus maar samen in de voortent zitten afwachten. Vanuit onze zitplaats zien we tegen de steile berghelling de mooiste watervallen ontstaan. Een werkelijk prachtig en imposant gezicht. Het is drassig op onze plaats. Er drijft een potje met een waxinelichtje rond. Het potje staat op een bepaald moment vast op de bodem en ook de regen lijkt wat minder te worden.

Het is inmiddels 8.45 uur, het potje drijft weer rond. Edith, zet de voorraadbakken, die op de grond stonden uit voorzorg maar op bed. Immers je kan niet weten. Plotseling wordt de kar aan de achterkant opgetild. Wij kijken achterom, hij staat hevig te schudden. ‘Wat nu te doen?’ ‘Eruit!’ schreeuw ik. Wij kruipen onder de half ingestorte luifel uit, terwijl het water nog steeds stijgt. Het stroomt als een wilde rivier richting zee. Wij moeten hier weg, terwijl wij inmiddels bijna tot onze middel in het stromende water, nou zeg maar modder, staan. Waarnaartoe? Nou, 80 meter verder staat een caravan op een 60 centimeter betonnen verhoging, daar dus naar toe! Het wordt een gevecht in die moddertroep. Van boom tot boom gaande, drijft een kat al gillend voorbij. Er drijven ijskasten, televisies en een complete tuinmeubelset met grote snelheid voorbij. We moeten vreselijk goed opletten om die op tijd te ontwijken. Als we nu vallen, betekend dat een niet te overziene hoeveelheid rottigheid, beseffen wij ons. Maar we komen er, na veel moeite kunnen wij het hek van het terras bereiken en grijpen en trekken ons richting de trap. Boven aangekomen, staat er op het terras inmiddels al 10 centimeter modderig water.

Wij staan drijfnat voor een stacaravan, het is nog donker binnen. Edith begint op de deur te rammen, weldra meldt zich de bewoonster. Die schrikt zich rot. Ja, we mogen op de voorbouw blijven staan. Dan roept zij haar man en begint vervolgens hysterisch ‘rambla, rambla’ te schreeuwen. Haar man, inmiddels ook uit bed blijft vrij rustig. Plotseling komt mevrouw met een kind van een jaar of twee tevoorschijn. Zij wil vluchten denk ik, maar dat is nu levensgevaarlijk. Dus ik zet mij schrap tussen de deuropening. Wat er ook gebeurt, langs kom je er niet, zo denk ik. Dan geeft zij het kind aan Edith. Zij duikt de caravan weer in en komt terug met een deken, een babyfles met speen gevuld met melk. Zij neemt het kind weer over en probeert weer langs mij te komen. Maar dat lukt haar niet. Haar man blijft stoïcijns toekijken onder deze omstandigheden. Zij blijft maar gillen ‘rambla, rambla, rambla’. Maar na enige tijd geeft ze op. Zij pakt haar telefoon en pleegt een paar telefoontjes, waarbij het woord rambla overheerst, maar zij wordt uiteindelijk wat rustiger. Tot zij plotseling aan haar buren begint te denken. Een Nederlands echtpaar, dat op deze plaats al jarenlang overwintert. Zij schreeuwt hen iets toe. Het water lijkt iets te zakken. Het wordt wat rustiger Ook bij de buren gaat één licht branden. De buren komen tevoorschijn en als het water behoorlijk gezakt is, wagen zij de oversteek. Zij vertellen, dat hun voortent zwaar beschadigd is en alles wat zich daar bevond is verdwenen, Ook de klerenkast bevond zich daarbij, dus niets om aan te trekken, dus dan maar naakt verder, zoals velen zoals later blijkt. Er verzamelt zich een groepje mensen bij ons. Iedereen is hopeloos ongerust. Wat heeft zich verderop allemaal afgespeeld. Iedereen vraagt: ‘Heb jij wat gezien wat zich daar afgespeeld heeft?’ Niemand weet het.

Ik kijk vanaf het terras richting onze nederzetting. Vanaf de verhoging zie ik mijn auto staan, maar de klapkar mis ik. Die is weg, denk ik. Wij besluiten daar maar eens polshoogte te gaan nemen. Teruglopend, komen wij een vijftiger tegen, totaal in paniek. ‘Ik ben mijn vrouw kwijt,’ schreeuwt hij, zij is in zee verdwenen. Hij wordt ondersteund door twee man, die mompelend vertellen dat hij vanuit de zee is terug gezwommen. Zwaar gedeprimeerd lopen wij verder, maar wij zijn in ieder geval nog samen. De klapkar staat een meter of tien verder, hij is op een aantal struiken vastgelopen. Hiervan is nog weinig goeds te maken, denk ik, maar dat zien we straks wel. We lopen eerst naar het strand. Ik begrijp nu wat er gebeurd is. Het strand is afgezet met een muur van anderhalve meter hoog. Daar is die modderpoel tegenaan gelopen, er stond dus anderhalve meter modder tegen die muur, die al die caravans die daar stonden liet ronddrijven. Die muur hield het niet en brak. Al die caravans die daarachter stonden dreven met de modder de zee in. In zee zag je ze nog ronddrijven. Op het strand is het een rumoer van je welste. Drie man zijn met een opblaasboot de zee op gegaan om hulp te bieden aan iemand die pogingen doet om terug te zwemmen. Ik zeg tegen Edith: ‘Laten we maar gaan, wij kunnen hier toch niets betekenen.’ Later horen wij dat het de vrouw was van die man die zijn vrouw miste. Zij dreef rond zich vastklampend aan een verdwaalde surfplank. Zij heeft het dus toch gered, gelukkig maar, zij is totaal ontredderd opgevangen. Er zal ongetwijfeld wel snel hulp komen, zo denken wij. Aangekomen bij de kar en auto, gaan wij eerst de auto bekijken. De koplampen staan onder water, hij is dus weggedreven, tot op het pad voor onze oude plaats. Wij duwen hem van het pad af, zodat het pad weer vrijkomt, zodat eventuele hulpdiensten vrij baan hebben. Wonderbaarlijk genoeg, geen schade aan de buitenzijde te ontdekken en van binnen is hij droog en schoon gebleven. Wij gaan de kar maar wat nader inspecteren. Alle stokken zijn of gebroken of verbogen, hier is echt niets meer mee te beginnen. Wij beginnen met de voortent te slopen, in de kar zit alles onder de modder. Onze matras is niet meer te gebruiken, de bagagebak onder de matras staat ook vol met modder. Gelukkig hadden wij ons al aangekleed voor de moddervloed, anders hadden wij ook geen kleren meer gehad. Waar nu te beginnen. Wij leggen het tentzeil in de zon, hopelijk droogt hij dan. Verder is hier geen eer te behalen.

Wij besluiten naar het restaurant op een hoger gelegen plek te lopen misschien is daar meer informatie te krijgen over wat nu te doen. Onderweg komen wij de restanten tegen van vijf chalets, die totaal vernield en verspreid aan brokstukken inclusief meubilair terug te vinden zijn. Het restaurant is nog dicht. Er zijn al een aantal mensen naar toegekomen om zich hier te verwarmen. Dus lopen wij door naar de receptie, deze blijkt gewoon open. Een jongeman deelt dekens uit zodat enigen bloteriken zich enigszins kunnen verwarmen. Ik vraag of het restaurant open kan. Dat kan hij niet regelen, hij heeft geen sleutel. Of er hulp onderweg is, weet hij niet, elke verbinding is verbroken met de buitenwereld, wij moeten afwachten. Ik loop terug naar het restaurant, waar iemand een raam heeft ingeslagen. Veel mensen zijn hier naar binnen gekomen Zij hebben eindelijk een stoel gevonden waarop zij even normaal kunnen gaan zitten. Water is er niet, ook de stroom is uitgevallen. Via een zijdeur in het restaurant heeft men ook de winkel bereikt Deze wordt volop geplunderd, vooral water is in trek. Brood is er niet, dus crackers, koek en andere vullende etenswaren verdwijnen snel. Ook de toiletten werken niet meer. Terug bij de kar, halen wij twee kampeerstoeltjes achter uit de auto. Die hebben we altijd bij ons, voor onderweg. Ook de voorraadboxen hebben het gehouden. We hebben dus knäckebröd, pindakaas, jam, wat blikjes sardines en smac, dus gaan we maar wat eten. We zien mensen die de meest krankzinnige pogingen doen om nog wat te redden. Een man probeert in een totaal bemodderd kinderbadje zijn kleren te reinigen. Mensen lopen totaal ontredderd met van alles naar het strand, om daar van alles af te spoelen. Wij halen de bagagebak in de kar leeg en proberen de kleding zo veel mogelijk in de zon te laten drogen en maken de bak van binnen droog en schoon.

Het is ver in de middag, wanneer een delegatie van de directie langsloopt. Zij houden halt bij ons en vragen of alles nog een beetje gaat. Wij vragen waarom er geen hulp is komen opdagen. Wel, dat was onmogelijk, de wegen zijn totaal onbegaanbaar, zegt hij. Hij is er met een grote Toyota Landcruiser in geslaagd hier te komen, maar vraag niet hoe. Daarnaast, in de omliggende steden zoals Cartagena is de situatie veel rampzaliger, daar zijn echt veel slachtoffers gevallen. Hij vraagt zich af, of er hier nog slachtoffers zijn. Tot nog toe is iedereen terecht. Wel hebben zich een aantal niet al te ernstige gewonden gemeld. Iedereen blijkt op tijd te zijn weggekomen. Gelukkig was het al licht en door het hevige onweer was iedereen al wakker en gewaarschuwd, gelukkig maar. Onze GSM blijkt nog te werken, dus wij kunnen het thuisfront geruststellen. Hierna geeft het apparaat het op en opladen zonder stroom is een beetje moeilijk.

Later in de avond krijgen wij een stacaravan op de berg toegewezen om de nacht door te brengen. De volgende dag is er veel te weinig brood. Er ging niet meer in zijn auto en er was ook zeer moeilijk aan te komen in Cartagena, aldus de directeur.

Wij proberen de kar en de auto rijklaar te maken, de auto start nog, dus indien mogelijk kunnen wij weg. De volgende morgen horen wij van een Nederlands echtpaar, dat het al iemand gelukt is met de caravan uit dit gebied weg te komen. Wij gaan het dus maar gokken. Wij melden ons af bij de receptie en gaan.

Wat we onderweg tegenkomen is bijna ongelooflijk. Hele stukken weg zijn verdwenen. Je moet zeer voorzichtig zijn want onder het asfalt zijn soms stukken grond weggeslagen. We weten Cartagena heel te bereiken. Overal zie je gestrande auto’s soms op hun zij en op zijn kop staand. Overal zie je troep zoals weggespoelde bromfietsen en fietsen die nog op de weg liggen. Wij komen langs een grote supermarkt, de boodschappenkarren liggen overal verspreid in de modder. De zaak is uiteraard gesloten. Alles is hier gesloten. Er lopen veel wanhopige mensen rond. Als we Cartagena verlaten, gaat het allengs beter… Hoewel, elke brug die wij over moeten wordt bewaakt door een paar politiemensen. Waarschijnlijk voor instortingsgevaar. Na een paar honderd kilometer bereiken wij een hotel in een wat rustiger gebied. We zijn de enige gasten. Wij krijgen te eten. Daar waren we echt wel aan toe. De volgende dag gaan wij naar onze vrienden in de Provence. Die hebben een camping in Reillanne, aan de voet van de Luberon, daar blijven wij een paar dagen om bij te komen en vervolgens rijden wij in één keer naar huis, want de auto gaat steeds gekker doen. Rare geluiden en zo. Wij durven hem onderweg dan ook niet meer uit te zetten. Eenmaal thuis, doet hij de volgende dag dan ook niets meer. Zo, dat wat dus onze vakantie.

© Hans Jacobs

Genoten van de gedichten en verhalen? Leuk om te weten dat van een aantal schrijvers dit jaar (weer) boeken uitkomen, onder andere van Cecile Koops, van wie een roman verschijnt en van André Verkaik en Hans Jacobs verschijnen verhalenbundels met zowel fictie als anekdotes. Wil je op de hoogte blijven van deze uitgaven, schrijf je dan in op de nieuwsbrief. Klik daar voor HIER.

8 reacties

  • Anneke Schoonbergen

    Nachtbrakers

    Als nachtbrakers
    niet goed op kunnen staan
    doordat ze weer veel te laat
    naar hun bed zijn gegaan,
    dan moeten ze niet
    zeuren en klagen
    maar eerder de
    gevolgen van hun
    acties dragen.

    Bij nacht een vrouw,
    bij dag een man.
    Ja, `t is 2020, wat wil je dan?

    Leven en laten leven,
    hier een beetje nemen
    en daar een beetje geven.

    © Anneke Schoonbergen

    • Huizer Schrijversgilde

      Beste Anneke Schoonbergen,

      Hartelijk dank voor het delen van je mooie gedicht! Geweldig!

      Warme groet,
      Janine van der Hulst-Veerman

  • Anneke Schoonbergen

    Eenzaam

    Daar zit jij dan
    jij gebroken en
    eenzame man.

    Hoe is het zo gekomen?
    Waar zijn nu al jou dromen?

    Je voelt een enorme leegte
    en een ontzettend verlammend verdriet.

    Je wilt rennen, vluchten
    maar je kan het niet.

    Je bedrijf was jouw leven
    echt alles heb jij ervoor opgegeven,
    je werkte dag en nacht
    en wat heeft het jou gebracht?

    Eenzaamheid en een maagzweer
    en ook de liefde van jouw leven
    is er niet meer.

    Jouw constante afwezigheid
    zij kon er echt niet meer tegen
    ze heeft aan jullie relatie, na jaren
    uiteindelijk de brui gegeven.

    En nu, nu zit jij hier “failliet”
    met schulden en een gebroken hart
    zonder huis en haard,
    vertel me, was dit het nou echt allemaal waard?

    © Anneke Schoonbergen

    • Huizer Schrijversgilde

      Beste Anneke Schoonbergen,

      Ook hartelijk dank voor deze inzending, eveneens erg mooi! Fijn dat deze schrijfopdracht jou zo goed heeft geïnspireerd.

      Warme groet,
      Janine van der Hulst-Veerman

  • Anneke Schoonbergen

    Dank je Janine van de Hulst-Veerman, graag gedaan ik vond het leuk om te doen zit nu te denken aan het middelste schilderij 😉 groetjes Anneke.

  • Anneke Schoonbergen

    Starend in de verte
    denkend aan dichtbij
    lang vervlogen tijden
    liggen haar nabij.

    Allerlei emoties
    passeren de revue.

    Angst, verdriet, woede, pijn
    humor, lachen, liefde,
    maar ook dankbaar en gelukkig zijn.

    © Anneke Schoonbergen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.